“Als je je doel haalt, heb je een verkeerd doel gesteld.”

Ik heb even moeten denken wat ik hier zou neerschrijven omdat het gevaar bestaat dat ik door de opgelopen ontgoochelingen een te negatieve kijk op al de dingen geef. Laten we eerst beginnen met de feiten van de afgelopen wedstrijden in Huatulco en San Diego:

Ik ben naar Huatulco afgereisd met lichte twijfels omtrent mijn loopniveau. Op het EK haalde ik een hoog loopniveau maar 2 dagen later kreeg ik pijn in mijn voet, waardoor ik de week tussen het EK en ons vertrek richting Amerikaans grondgebied amper kunnen lopen heb en in die discipline, na een moeilijke winter, nog eens extra training heb moeten missen. Dat was niet goed voor het vertrouwen. Dankzij het werk van de kinesist mocht ik er wel van uitgaan dat ik pijnloos zou kunnen lopen in de komende wedstrijden. En dat is ook het geval geweest.

Na een behoorlijke zwembeurt, waarin ik me tijdens de 2de zwemronde met buikpijn en ‘lege’ benen wat rustiger in het pak gelegd heb, had een groepje van 7 atleten al een merkwaardige voorsprong opgebouwd. Met zwemtijden waarin zij in het mannenveld absoluut geen bijrol gespeeld zouden hebben, slaagden ze erin een mooie voorsprong uit te bouwen. Aangezien geen van hen bij de echte toplopers behoorde, hadden ze alle baat bij een goede samenwerking op de fiets. Het feit dat in onze groep nog eens alle dames zaten, die elkaar in het oog moeten houden voor de Olympische ranking, zorgde ervoor dat iedereen naar elkaar keek en niemand wilde werken op de fiets. We verloren alleen maar tijd op het vlakke deel van het parcours en dit speelde in de kaart van het kopgroepje. Ik was er in de eerste fietsronde zelfs in geslaagd om na een stop om het slotje van mijn helm goed vast te doen (wat niet goed zat na T1) terug aansluiting te vinden bij de groep. Het werd in onze groep dus een spelletje van poker spelen en zo goed mogelijk krachten te sparen op de zware helling (24%) die we 8x over moesten. Na een niet al te beste T2 kon ik toch aansluiting maken bij een groepje met mijn Olympische concurrenten. Ik had wat schrik van het loopparcours met in elke ronde een helling die 2x bedwongen moest worden. De combinatie van weer wat buikpijn met de Mexicaanse hitte en vochtigheid zorgde ervoor dat ik (te) voorzichtig van start ging en enkele dames liet weglopen, waardoor ik op een moment in 16de positie liep. In de laatste ronde knokte ik mij met bij voorsprong de snelste rondetijd van heel het deelnemersveld nog naar een 10de plaats (met alweer een fotofinish voor 9, 10 en 11) en deed ik daarmee een heel goede zaak voor mijn Olympische ranking. Tevreden over dit laatste en de manier waarop ik tegenstandsters, die mij er vorig jaar afliepen in de laatste ronde, nu te grazen neem. Anderzijds stak het streven naar de BOIC-norm (top 3) hier in schril contrast met het veilig stellen van mijn internationale OS-startplaats. Moest ik voluit gaan voor die top 3 en alles geven op de fiets met het risico mijn OS-spot te verliezen of eerder mee pokeren en mijn dichtstbijzijnde concurrenten in het oog houden? Omdat je zonder internationale startplaatst niets bent, heb ik dit laatste gedaan en alsnog de 3de looptijd neergezet, maar het brengt mij geen stap dichter bij die nationale norm.

Amper 5 dagen en 1,5 reisdag later stond ik aan de start in San Diego, maar het verhaal was er snel afgelopen: mijn wedstrijd was gedaan na 1,5km zwemmen en 500m fietsen. Ik had een goede zwembeurt en heb getoond dat ik zonder onsportieve tegenstanders een goed zwemniveau haal. Waar ik vorige jaren 50-60” achterstand opliep, was dit nu beperkt tot 39” (waarbij enkele toppers zelfs het voordeel hadden om, door grote verschillen in diepte, 5m verder te kunnen lopen in het water en zo een grote voorsprong konden nemen). Dankzij die goede zwempositie, waarbij ik kort achter Olympisch kampioene Emma Snowsill (AUS) zat, kon ik snel postvatten in een goede groep en zelfs veel toppers achter mij laten. Helaas schoof in een bocht kort na T2 iemand voor mij onderuit. Door haar te ontwijken, kwam ik net te kort om een middenberm bij een wegversmalling uit de weg te gaan. In een mum van tijd lag ik op de grond aan de andere kant van die berm, pakte ik mijn fiets en drinkbus en stond ik terug recht. Wat er dan – buiten een enorme klap voor je moral – in je omgaat, weet ik niet maar helder nadenken zit er dan niet meer in. Ik maakte de grootste fout om direct alles op alles te zetten om mijn groep nog in te halen maar na iets meer dan een ronde het volle pond gegeven te hebben, kwam ik krachten te kort om net op de helling van een brug aan te pikken bij de volgende groep die later nog bij mijn oorspronkelijke groep geraakt is (misschien ook niet genoeg hersteld na Huatulco). Een tactische blunder! Enkele rondes later verzeilde ik moegestreden in de, op een paar enkelingen na, laatste fietsgroep. Ik stond ervan versteld hoeveel goede namen hier alsnog in zaten, waarvan ik mooi afstand had genomen in het zwemmen. Maar met een grote groep voorop en een achterstand die alleen maar oploopt, wist ik dat ik niet beter meer kon doen dan top 30 wat nodig was om mijn Olympische ranking te verbeteren. In het lopen had ik, ondanks weer een mooi inhaalmanoeuvre in de laatste ronde, dan ook de moral niet meer om te vechten voor een plaats in de achterhoede. De valpartij heeft al bij al de schade beperkt gelaten: een paar kleine schrammetjes, een pijnlijke arm, schouder en nek, een stevig geblokkeerde rug en heup, een gescheurde velg van mijn achterwiel, een verloren zonnebril én geen verschuiving in de Olympische ranking!

Nu krijg ik de laatste tijd veel vragen of ik nog kans maak op de Olympische Spelen en eigenlijk wil ik die vraag liever uit de weg gaan! Overal waar ik kom gaat het over Londen en dat maakt het er niet gemakkelijk op. Ik besef immers dat ik het niet meer in eigen handen heb. In theorie zou ik met een top 8 op 26/5 in Madrid (of afhankelijk van deelnemersveld top 3 op 17/6 in WC Banyoles) aan alle (BOIC-)normen voldoen, maar ik besef ook dat dit heel hoog gegrepen is en dat mijn lot hoogstwaarschijnlijk in handen van de BOIC-selectiecommissie zal komen te liggen. Dit is frustrerend omdat je afhangt van de ‘goodwill’ van andere mensen, waarvan je weet dat ze heel hard en streng kunnen zijn. Ik las in Het Nieuwsblad ook dat het BOIC bij deliberatie “jongere atleten in de regel voorrang geven aan oudere atleten”. Maar wat bedoelen ze daarmee? In triatlonleeftijd ben ik immers nog maar een groentje en ik ben, als je het zo bekijkt, één van de jongste atleten (of zelfs de jongste) die er in België in zijn/haar sport rondloopt.

Afbeelding

Ik hoop dat ik in mijn ontwikkeling als triatleet geen stappen overgeslagen heb! Vanaf mijn eerste triatlonjaar in 2008 werd er over Londen gesproken zodanig dat ik er het laatste 1,5 jaar ook stilaan in begon te geloven. Iedereen zag mij in Londen, maar misschien had ik beter van in het begin Rio 2016 als doel gesteld zodat Londen bij een eventuele selectie eerder een kans zou geweest zijn om extra ervaring op te doen, die ik net als Kathleen Smet in 2004 zou kunnen meenemen voor een knalprestatie in mijn (eventuele) 2de Olympische deelname.

Anderzijds las ik onlangs een quote van volleycoach Vital Heynen: “Als sporter mag je je doelen niet te laag stellen. Als je je doel haalt, heb je een verkeerd doel gesteld.” Misschien is het feit dat ik zo dicht bij de BOIC-norm gekomen ben eerder een succes dan een ontgoocheling. Elke prestatie die ik neerzet, wordt tegenwoordig door iedereen afgetoetst aan die BOIC-norm en dan lijkt plots niets meer goed. Terwijl ik tot op vandaag, ondanks een tekort in looptraining, een super seizoen meemaak! Ik stond na Huatulco 34ste op de ITU-ranking (= wereldranking Olympic Distance!). Bovendien heb ik de laatste wedstrijden, waarin het om de knikkers ging zelfs veel pech gehad met dingen die ikzelf niet in de hand had. Triatlon is geen sport waarin je zoals zwemmen of sommige atletieknummers in je eigen baantje alles zelf in de hand hebt. Een Ierse ploeggenote bij Atriac verwoordde het als volgt: “Katrien, congrats with the recent racing, you are racing very strong…having a little bit of misfortune but you are dealing with it really well and that’s a great fighting spirit!” Dat is fijn om te horen, net zoals bijna iedereen zegt dat “als het BOIC slim is, ze mij moeten meenemen naar Londen”. Maar het brengt me nu geen stap verder, er is maar één stem die telt…

Advertenties

Geplaatst op 20 mei 2012, in Geen categorie. Markeer de permalink als favoriet. 1 reactie.

  1. Blijven geloven en blijven vechten Katrien! Nog twee kansen om te laten zien dat je die plek in Londen verdient.

    De fiets lappen we op zodat je in Madrid weer kunt strijden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: