Van ontgoocheling naar beste WTS-resultaat, de ene week is de andere niet!

Het is een tijdje stil geweest wat wedstrijdverslagen van mij betreft. Het komt er niet altijd van. Soms volgen de wedstrijden (en verplaatsingen) elkaar zo snel op dat er weinig tijd overschiet om alles even neer te schrijven. Om de tijd op de busrit van Tiszaujvaros naar Budapest te doden, besteed ik deze dan maar even nuttig!

Na mijn 7de plaats op de GP in Duinkerke stond ik minder dan een week later aan de start van de WTS in Londen. In februari had de stad Londen de ITU voor een voldongen feit gezet: lang nadat de WTS-kalender opgemaakt was, liet het Londense stadsbestuur weten dat deze etappe ofwel een sprint moest worden, ofwel niet door mocht gaan. De ITU stond met andere woorden met de rug tegen de muur en dus werd in navolging van Stockholm ook deze WTS-etappe herleid tot een sprint. Met Hamburg erbij werden dus alle Europese WTS-races over de sprintafstand gedaan. Daar ging dus ook onze planning om op 3 weken van het EK nog eens wedstrijdritme op de Olympische afstand op te doen. De wedstrijd schrappen van mijn kalender was ook geen optie aangezien ik de eerste (meer lucratieve) wedstrijd, die meetelde voor Olympische punten, in Yokohama al had laten vallen. Op naar Londen dus. In tegenstelling tot de vorige jaren kon ik het tumult rond de eerste boei net vermijden, al moest ik de anderen wel even van mijn benen en heupen schudden. Het zwemmen was niet super, maar door vooral een barslechte wissel kon ik niet aansluiten bij  een klein groepje dat, gezien de atleten erin, veel kans maakte op de aansluiting met een kansrijke groep. In plaats daarvan kwam een veel te grote groep bij mij en wou niemand het werk op zich nemen. De groep was te groot en ondanks dat we het eerste grote pak niet al te ver voor ons zagen rijden, was er geen wil om samen te werken en verloren we alsnog meer dan een minuut. Te veel om op een 5km de mindere lopers uit de kopgroep in te halen. Toen ook nog steken opkwamen, moest ik me tevreden stellen met een ontgoochelende 33ste plaats. Ik had dit liever meteen kunnen rechtzetten in een wedstrijd kort erna, maar moest wachten tot aan het EK.

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Mijn trainingen verliepen goed en ik was klaar om in Kitzbühel op een (fiets)parcours dat me als gegoten lag voor de top 8 te gaan. Daar ben ik tot mijn grote teleurstelling niet in geslaagd. Een hele week is het schitterend weer geweest in Tirol, maar net op de dag van onze wedstrijd werden de weergoden mijn grootste vijand. Met een luchttemperatuur van 11°C werd het zwemmen, ondanks een watertemperatuur van boven de 20°C, toch met wetsuit afgewerkt. Net toen we klaarstonden voor de line-up op het ponton, gingen de hemelsluizen open. Het was warmer in het water dan op de fiets. Er moest na het zwemmen een gaatje gedicht worden, wat zeer haalbaar was als ik een beetje steun had gekregen van enkele andere goede fietsers in onze groep. Die kreeg ik niet en ondanks al het harde werk kreeg ik het na 2 van de 6 fietsronden koud. Er stond kippenvel op mijn armen, maar ik probeerde er niet aan te denken. Een ronde later begonnen mijn armspieren echter serieus verkleumd te geraken en verloor ik de controle over mijn stuur. Een lelijke valpartij net voor mijn neus droeg ook niet toe aan het vertrouwen op de natte ondergrond. Met trillende armen durfde ik me niet meer tegen 60km/h laten gaan in de afdaling en zag de groep, waarin ik zoveel werk had verricht, van me wegrijden. Ik kon toch nog terugkomen op het klimmend gedeelte van het parcours. Het was echter uitstel van executie, want het trillen werd alsmaar erger en ik bibberde bijna letterlijk van mijn fiets. Ik schreeuwde nog om een jas, maar wist niet of het reglementair was om dit aan te nemen. Ik was zo blij dat ik van de fiets mocht dat ik al meer dan 10m voor de ‘dismount line’ voet aan de grond zette. Na een verkleumde wissel, waarbij mijn fiets ook nog op de grond viel, vatte ik met gevoelloze voeten het lopen aan. Het duurde meer dan 3km voor ik terug leven in mijn armen en benen voelde komen. Als 20ste kwam ik ontgoocheld over de meet. Moest ik me nu voorlaatste van het EK voelen of sterker dan de 45% van het deelnemersveld dat opgaf? Het was in elk geval niet waarvoor ik gekomen was. De teleurstelling werd nog groter toen ik te horen kreeg dat mijn fietsgroep nog vooraan was geraakt (dankzij al mijn kopwerk?) en de nummers 4 en 5 dames waren die ik dit seizoen altijd al had geklopt.

Van Kitzbühel reisden we door naar Chicago. Ik probeerde de ontgoocheling van het EK van me af te zetten, wetende dat er helemaal niets mis was met mijn conditie en dat ik gewoon brute pech had. Chicago kondigde zich dan ook als veel warmer aan. Hier kregen we dan ook het omgekeerde scenario: ondanks water van 18°C mocht de wetsuit in de kast blijven. De ‘heat stress index’ stond op ‘extreme’ en de ITU was bezorgd dat er slachtoffers van de warmte zouden vallen. In het water had ik het dus even koud, maar eens aan wal was ik snel opgewarmd. Ik kwam in een correcte groep de wisselzone uit, maar verkeek mij op een Argentijnse die te veel tijd nam om haar fietsschoenen aan te doen. Voor ik het goed en wel besefte was ik het contact verloren en op achtervolgen aangewezen. De dames in mijn wiel lieten mij al het werk doen en we bleven op een 30-tal meter hangen. Met de vele U-turns kon ik perfect zien waar iedereen zat en besloot ik na een tijdje te ‘wachten’ op Kate McIlroy omdat zij sterk fietst en we zo meer kans op slagen hadden. Het plannetje leek te gaan lukken. De wieltjeszuigers vielen af maar net toen we bijna aansluiting hadden, begon het te regenen en had ik in de bochten schrik voor de gladde witte lijnen op de grond. Ik verloor Kate’s wiel net toen we op 20km de aansluiting gingen maken. Toen dacht ik dat het over was, maar op de één of andere manier kon ik me toch verder vastbijten en had ik me zo’n 5km later ook kunnen toevoegen aan de groep. Of hoe een kleine inschattingsfout bij het uitkomen van de wissel je zo veel energie kan kosten. Ondanks dit kon ik me toch nog naar een 14de plaats en mijn beste WTS-resultaat knokken. De verspeelde krachten op de fiets hebben mij quasi zeker een top 12 gekost, maar ik was desondanks toch blij dat ik me kon herpakken na het EK.

Foto: Martin Putz

Foto: Martin Putz

Het BK kwart liet ik met spijt in het hart aan me voorbijgaan. Kortrijk is nochtans een locatie die voor mij bijzonder is omdat ik daar in 2008 mijn eerste individuele (kwart)triatlon afwerkte en er meteen totaal onverwacht het BK-podium haalde. De jetlag na Chicago bevestigde echter mijn beslissing. Zelfs toen ik richting Hamburg vertrok, voelde ik me nog een totale zombie. Ik rekende op een paar rustige dagen op hotel om toch nog wat bij te slapen. Met enkele nachten van tegen de 10u slaap lukte dat aardig. Een startplaats naast Lucy Hall gaf me kans op een goede positionering. Ik slaagde er goed in haar voeten te nemen en moest me zelfs even inhouden. Dat had ideaal geweest om in een goede positie de eerste boei door te komen, ware het niet dat Lucy’s voeten fel gegeerd waren en ik na zo’n 50m aan mijn schouder naar achter getrokken werd. Helaas een ticket naar de achterste contrijen en op achtervolgen aangewezen. Ik kon redelijk vrij zwemmen en mijn positie een tikkeltje verbeteren, waardoor ik met een paar goede fietsters de achtervolging kon inzetten. De deur in onze groep stond achteraan wagenwijd open en niet de minste namen werden achtergelaten. Eventjes was het ook nipt voor mezelf toen de dames voor mij (oa de Olympische bronzen medaille) gaten lieten vallen. Ik kon hen iets te laat voorbij en terwijl de andere dames al bij de kopgroep zaten, had ik weer een tweetal kilometer extra nodig. Tegen een gemiddelde van 41,3km/h op een zeer technisch parcours fietste ik wel naar de 3e fietstijd, eindelijk een weerspiegeling in de uitslag van mijn fietsen dit seizoen. Door het F1-ritme van deze wedstrijd besefte ik het nogal laat wanneer we in de laatste fietsronde zaten. Ik kon niet meer opschuiven, kwam veel te ver achteraan de wissel binnen en verloor kostbare seconden. Het snelle aanvangstempo van sprintraces kon ik niet aan, maar na zo’n 500m begon ik toch alweer onder de mensen te komen. Toen begon echter een pelgrimstocht tegen steken. In plaats van mijn inhaalrace verder te zetten, werd ik voorbijgestoken door loopsters die ik normaal achterlaat. Ze namen meer dan 20m op mij, maar in de laatste kilometer kon ik toch even doorbijten en de dames terugpakken om zo 2 plaatsen (en extra Olympische punten) te winnen. Zonder steken had ik in dit topveld tegen een top 15 aangezeten. Vanzelfsprekend dus dat ik niet echt tevreden was met 25ste.

SONY DSC

Foto: Jan Verstuyft

Na snel wat losfietsen werd de autorit naar huis ingezet voor de Antwerp Triatlon daags nadien. Dit was een wedstrijd die ik naar onze sponsors en club toe niet kon laten schieten. Ik maakte er een erezaak van om op de Grote Markt te winnen en liefst van al nog een Atriacer extra mee op het podium te loodsen. Verschillende wedstrijdscenario’s werden met Bart (coach) en zijn vrouw Heidi Veramme doorlopen, maar uiteindelijk werden we niet de hard op de proef gesteld en haalde Heidi ook gemakkelijk de 2e plaats binnen. Plannetje volbracht! En oh ja… Dankzij het slechte weer kon ik wat kledij uittesten onder mijn Dare2Tri-wetsuit. Je weet nooit dat het op het WK in Edmonton van pas komt.

Kort na Antwerpen vertrok ik met een aantal atleten van de VTDL-topsportkern voor 3 weken op hoogtestage naar Font-Romeu met aansluitend de World Cup in het Hongaarse Tiszaujvaros. Een wedstrijd die aanvankelijk niet op mijn planning stond vanwege het format (kwalificaties en finale, maar vooral een zwemparcours in een te klein vijvertje dat uitlokt tot vijandig zwemmen) en de afstand… een sprint. De stage verliep vlot, alsook de reeks in Tiszaujvaros. De eerste 9 van 3 reeksen + 2 beste verliezende tijden gingen door naar de finale daags nadien. Samen met de Nederlandse Rachel Klamer besprak ik een plannetje om de snellere loopsters van ons af te schudden. Ik kon de achterstand in het zwemmen beperken en na 5km fietsen zat ik in een kopgroep van 7 die in het algemeen belang goed ronddraaide. Na de eerste fietsronde zagen we dat er nog weinig fout kon gaan. We bleven mooi ronddraaien zonder ons kapot te rijden. Zo konden we het lopen op reserve aanpakken en krachten sparen voor de finale.

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Van die finale had ik wel wat schrik. Eerst en vooral zaten er aanzienlijk wat goede zwemmers-fietsers bijeen, die zonder twijfel een gemeenschappelijk plan hadden. Ik was voorbereid op hard fietsen en geloofde er wel in, want kwam met de snelste fietstijd uit de reeksen. Eerste opdracht was dat zwemmen zonder kleerscheuren doorkomen. Een eerste boei op 116m kan immers serieus uit de hand lopen. Ik kon echter de schade goed beperken. De achtervolging werd ingezet, helaas zonder veel steun. Aan Sophia Saller (vice-Europees kampioen) had ik nog een beetje steun maar Donner, Jones en Kovacs lieten zich goed meetrekken. Achteraf kreeg ik van mensen die de wedstrijd ter plaatse volgden, veel bewondering over mijn fietsen, maar ik wou het Londen-scenario niet laten herhalen. Alles of niets! Met een klein beetje meer steun hadden we die laatste 16″ ook overbrugd en had Kovacs, die met een eenmalige kopbeurt die meer op een demarrage leek aantoonde dat ze wel kan fietsen, op het hoogste podium gestaan. Ik vraag me af of ze dat beseft… Er had voor mij dan ook zeker een snellere loop ingezeten en minstens een top 10. Met die 13de plaats moet ik vrede nemen op een sprint, maar op 10km lopen had er meer ingezeten. 

Als evaluatie na vorig seizoen hadden we gezegd dat ik mijn fietsen moest verbeteren om dit zelf in de hand te kunnen nemen. Daar zijn we aardig in gelukt! Nu moet ik alleen nog werken om de loopvorm die ik op training toon ook na hard fietsen eruit te krijgen. Stap voor stap komen we er wel!

‘You rode like a motorbike!’

Op zaterdag 26/4 stond in Kaapstad de 2de ronde van de World Triathlon Series (WTS) op het programma. Dit is een serie van 8 wedstrijden waarbij op het einde van het seizoen de aanvoerder van de ranking wereldkampioen wordt (5 beste resultaten + Grand Final tellen mee = 6 wedstrijden). Doordat ik de wedstrijd in Auckland niet meedeed, was dit voor 2014 mijn eerste confrontatie terug op het hoogste niveau. Na Quarteira had ik nog een week goed kunnen trainen en naar mijn gevoel nog wat progressie kunnen boeken, maar met een 28ste plaats is dat er niet uitgekomen.

Foto: Jul Clonen

Foto: Jul Clonen

Door een watertemperatuur van 11,9°C werd beslist om het zwemmen in te korten naar 750m, dus 1 zwemronde ipv 2. Een beslissing die gepaard ging met gemengde reacties: volgens de reglementen moet het onder de 12°C een duatlon worden, maar bij de parcoursverkenning daags voordien hadden we (tegen onze verwachting in) zonder problemen 2 ronden kunnen zwemmen. Het werd, na consultatie van de medische commissie, dus een compromis tussen het reglement en het gevoel van veel coaches en atleten. 750m betekent ook dat je je geen fouten kan permitteren. Na een degelijke start kwam ik nog voor de eerste boei in de problemen omdat de atleten aan de rechterkant naar links moesten opschuiven om op 280m rond de boei te geraken en ik daardoor letterlijk gesandwicht werd. Ik zag geen uitweg, verloor veel plaatsen en zag te veel oranje badmutsen voor mij zwemmen. Daarna kon ik gelukkig wat terrein goedmaken, maar de 750m was net iets te kort om weer echt aansluiting te vinden. Op de koop toe kreeg ik de velcro van mijn wetsuit niet los. Daardoor kon ik niet maximaal doorlopen naar de wissel en verloor ik ook daar kostbare seconden. Er was maar één keuze: volle bak fietsen om uit deze uitzichtloze situatie te geraken. Er was een kopgroep van 12 atleten weg met daarachter een grote groep en een kleiner groepje waar ik gelukkig snel kon aansluiten. Helaas stelden de sterke fietsers in deze groep mij een beetje teleur in de samenwerking en zag ik bij het 180°-keerpunt dat fietsbeest Anne Haug op kop van de grote groep voor ons zat. Opnieuw moest ik me over een teleurstelling zetten want wie de reputatie van Haug een beetje kent, weet dat het moeilijk is om haar te volgen op de fiets, laat staan een achterstand goed te maken. Er zat echter niets anders op: alles of niets om terug in de wedstrijd te komen, dus blijven fietsen. Ik deed lange beurten op kop en zat soms helemaal door mijn krachten heen. Vreemd genoeg stelde ik soms vast dat de groep gewoon niet kon overnemen omdat ze 3m achter mij hingen. Aan de technische zone (richting wisselzone) kwam ik dikwijls, kapot van al het kopwerk, achteraan te zitten en moest ik ook daar nodeloze energie verspelen. Uiteindelijk loonde het werk en vonden we iets voor 30km de aansluiting met de grote groep. Ik had dus nog 10km om te herstellen van mijn krachtproef, maar ik vreesde voor het lopen. Het aanvangstempo na T2 lag hierdoor te hoog voor mij, waardoor ik in de moedeloze achterhoede terecht kwam. Opgeven is echter niet mijn ding en van doorbijten wordt je sterker voor de volgende wedstrijden. Ik kon me dus gelukkig voor een zoveelste keer in de wedstrijd mentaal herpakken en kwam er na 5km een beetje door. Uiteindelijk kon ik nog van een 37ste plaats in de 1ste loopronde naar een 28ste lopen.

Niet direct het resultaat waarop ik gehoopt had maar ik weet dat ik geduldig moet zijn, ook al is dat zeer moeilijk als dat niet in je aard ligt. Het seizoen is nog lang en normaal liggen de maanden juni-juli-augustus me beter met wat meer wedstrijdritme in de benen. Ik had alvast een aandeel in de 3de, 13de en 14de plaats en kreeg zelfs achteraf een zeer mooi compliment van de coach van Gwen Jorgensen (3de): ‘Gwen should give you some money, you rode like a motorbike!’ (voor alle duidelijkheid: dat geld is niet wat me interesseert, maar dit compliment fleurde wel mijn dag een beetje op). Hopelijk vertaalt zich dat volgende keer ook in een mooi resultaat voor mezelf!

De kop is eraf

Zaterdag 12/4 stond in mijn agenda als de dag dat ik mijn seizoen 2014 zou ‘aftrappen’. Om mijn lichaam terug te laten wennen aan wedstrijdomstandigheden, kozen we de ETU cup in het Portugese Quarteira uit als voorbereiding op de WTS in Kaapstad later deze maand. 

Foto: Agnieszka Jerzyk

Foto: Agnieszka Jerzyk

Doordat ik geen ‘on your marks’ gehoord had, reageerde ik volgens mijn trainer, Bart Decru, als laatste op het startsignaal om de woelige zee in te duiken. Dit had blijkbaar niet te veel invloed op mijn wedstrijd, want na de 1ste zwemronde kwam ik redelijk goed door maar in de 2de zwemronde kreeg ik het moeilijker met de op- en neergaande golven. Ik lag helemaal uit de groep, zag de boei amper liggen en raakte gefrustreerd omdat ik me op dat moment meer een waterpolospeler met de armen in de lucht voelde dan een zwemmer. Ik kon mijn slagen niet afmaken, ging meer op en neer dan vooruit en wist bij momenten amper nog waar ik me bevond. In geval van een slechte zwembeurt rekende ik op een samenwerking met Agnieszka Jerzyk in het fietsen. Toen ik haar naast mij in het water opmerkte, wist ik dat ik die laatste rechte lijn richting het strand moest doorbijten om in de wedstrijd te blijven. De focus stond vanaf dan op een goede wissel en snelle aanvangskilometers in het fietsen. Ik had XTR-shop vorige week niet voor niets aan mijn fiets laten sleutelen, die ‘F1-cockpit’ ging gebruikt worden! Ondertussen weten Jerzyk en ik wat we aan elkaar hebben tijdens het fietsen en dankzij die goede verstandhouding kwamen we al snel in de achtervolgende groep op 4 koplopers terecht. Het tempo in de groep lag niet erg hoog. Na een kort herstel in de staart van de groep, trokken we het tempo omhoog zodat we uiteindelijk na zo’n 25km vooraan in de wedstrijd zaten. Dankzij een heel goede T2 kwam ik redelijk vooraan op het loopparcours terecht maar ik had enkele opdrachten van mijn coach meegekregen: niet te hard van stapel lopen en, indien mogelijk, versnellen in de tweede loophelft. Dat plannetje leek te gaan lukken. Ik liep op het 5km-punt uit de 4de positie naar de 3de en dacht zelfs het gaatje op de top 2 verkleind te hebben, maar toen kwamen steken zich mengen in het spel. Om dit onder controle te houden, besloot ik mij af en toe weg te stoppen en te focussen op ontspannen lopen in de hoop erdoor te komen. Mijn benen konden sneller en de steken waren aan dit tempo onder controle, maar helemaal weg gingen ze niet. Dankzij Bart geloofde ik in mijn sprint, want we hadden dit vooraf goed doorgepraat. Ik moest me intomen om niet te versnellen in de laatste ronde, moest met verstand blijven lopen, geduld hebben en de orders van de coach goed in het hoofd houden. Het enige waar ik aan dacht was ‘niet te vroeg gaan, niet te vroeg gaan’ en rekening houden met Margit Vanek die achter mij liep en op het EK vorig jaar een verschroeiende versnelling plaatste op het einde. Attent zijn en verstandig blijven dus! Ik had het gevoel dat ik het in de hand had: ‘bordje penalty box 200m… nee dit is nog te vroeg, die 3de plaats moet van mij zijn; bordje penalty box 100m… ja, dat is 150m van de meet, dat moet lukken’. Nog voor ik de beslissing echt had gemaakt, waren mijn benen al aan het versnellen. Nu moest ik doorgaan, niet omkijken maar was ik nu toch niet iets te vroeg gegaan? Zouden de anderen begeven of nog over mij komen? Ook dat hadden Bart en ik besproken, maar plan B had ik niet meer nodig. De anderen zaten blijkbaar meer door hun krachten heen. Yeeeeeeeessss, mijn 2de ETU-podium ooit was een feit!

2014-04-12 19.00.23
Foto: Bart Decru

2013: check, 2014: Off we go!

Het seizoen 2013 ligt intussen alweer bijna 4 weken achter ons en dus maak ik dringend even tijd voor een nieuwe update. Waar waren we gebleven…?

Om een intensieve wedstrijdperiode af te sluiten, werd in het weekend van 20-21/7 naar Hamburg afgereisd voor een WTS-sprintetappe en het WK Team Relay. Voor het eerst dit seizoen was de startlijst volzet, wat betekende dat er redelijk wat kwaliteit aan de start stond. Hamburg is één van mijn favoriete wedstrijden in het circuit omdat het talrijke Duitse publiek ieder jaar weer voor de nodige sfeer zorgt tijdens de wedstrijd. Een sprint is weliswaar niet mijn favoriete afstand en kan soms meer pijn doen dan een kwart. En of het pijn deed. Na het zwemmen moest er loeihard gefietst worden om de eerste schifting te overleven. Toen de Duitse tandem Bazlen-Haug voorbij kwam, wist ik hoe laat het was. Als ik toen niet mee zou schuiven, kon ik de kopgroep vergeten. Enkele cartouches later konden we de aansluiting maken zodat we met een tamelijk grote kopgroep richting T2 reden. Mijn snelheid op 5km schoot iets te kort om mezelf op WTS-niveau te verbeteren, maar gezien de kwaliteit van het deelnemersveld was mijn 23ste plaats mijn beste WTS-prestatie zeker waardig.

Daags nadien was de Team Relay geen succes. Ik was er op gebrand om in tegenstelling tot vorige jaren ons team in de grote groep af te zetten, maar ik kon een heel goede zwemstart niet verzilveren door getrek en geduw aan de boei en iemand die me blokkeerde bij het uitkomen van T1 waardoor ik mijn benen moest stilhouden en op enkele meters na de groep zag wegrijden. Op zo’n moment kruip je liever in een ver hoekje dan een eenzame strijd te voeren, wetende dat je team helemaal uit de wedstrijd zal zitten. Gelukkig kon Marten nog een beetje ervaring opdoen in het wiel van Gomez en Murray, maar voor Sofie en Simon werd het een eenzame strijd. De magere 17de plaats was meteen ook het einde van een zware wedstrijdreeks en het begin van een seizoensbreak om de batterijen wat op te laden en bij te trainen voor de laatste seizoensloodjes.

2013-08-04 16.08.55Dit post-Olympisch jaar was het ideale moment om te experimenteren met een hoogtestage. Voor het eerst ging ik naar Font-Romeu om 3,5 weken in de Franse Pyreneeën te trainen op een hoogte van 1850m. Na een week van aanpassing aan de hoogte en een trainingsblok van 2 weken, werd 3 dagen voor de WTS van Stockholm doorgereisd naar Zweden. Nieuwsgierig naar het effect van de hoogtestage stond ik op 24/8 aan de start van deze “kasseiklassieker”. Het zwemmen was redelijk lastig door het golvende water en er ontstonden 2 grote groepen met een tijdsverschil van 38”.  Na een, door de helling in de wisselzone, zware T1 werd er in onze groep stevig doorgefietst zodat we halverwege het fietsen konden aansluiten bij de kopgroep. Het was een ware afvallingsrace en ik dierf niet te denken aan de 10km lopen. Niet vooruit kijken naar wat komen ging, maar alles geven om bij de kopgroep te blijven was mijn enige doel op de fiets. Bart (mijn coach) had me gezegd dat ik klaar was om een 34’-er te lopen en ondanks het afzien tijdens het fietsen, slaagde ik erin om in 34’41” naar een 16de plaats te lopen en mezelf 6 plaatsen te verbeteren op WTS-niveau.

Kris Hofkens

Foto: Kris Hofkens

Na ziek te zijn thuisgekomen van Stockholm en een week waarin ik me erbarmelijk voelde, was er even twijfel over deelname aan de Zwintriathlon. Gelukkig kwam op 2 dagen voor de wedstrijd het goede gevoel geleidelijk aan terug. In het zwemmen was het even doorduwen om de juiste voeten te pakken te krijgen, maar eenmaal daar kon ik gemakkelijk meezwemmen en spaarzaam zijn voor het fietsen. In het fietsen heb ik duidelijk een stap voorwaarts gezet maar 2x een gevallen drinkbus, terugkeren en oprapen, veroorzaakte een tijdverlies van om en bij de minuut waardoor de spanning uit de wedstrijd geheel verdween. Tijdens het fietsen en lopen ondervond mijn maag nog wat last van het ziek zijn, maar met een halvering van mijn acherstand tov vorig jaar en een 2de plaats was dit een ideale training voor het WK in Londen.

2014-09-14 WTS Londen 14 - Rudy Geens

Foto: Rudy Geens

Een week later dus de Eurostar op naar Londen voor de WTS Grand Final op het vertrouwde Olympische parcours. In het koude en natte Londen probeerde ik de weersomstandigheden niet aan mijn hart te laten komen. Drie weken na de hoogtestage zou ik mijn 2de vormpiek bereikt moeten hebben en was ik klaar om komaf te maken met mijn slechte traditie in de voorbije Grand Finals. Met een 24ste plaats kan ik zeggen dat we al toenadering gezocht hebben, maar het resultaat weerspiegelt niet hoe goed ik me in de wedstrijd voelde. Na een slechte zwemstart en de nodige schoolslag aan de 1ste boei kwam ik pas als 41ste door na zwemronde 1. Ik kon in zwemronde 2 op mezelf een inhaalbeweging naar 28ste inzitten met een rondetijd die kopgroep-waardig was, maar het kwaad was al geschied. Een harde schuiver op het natte tapijt van de wisselzone maakte dat mijn gemoed onder nul kwam te staan. Het gebrek aan samenwerking in onze fietsgroep, de regen en een koude 12°C brachten hier geen beterschap in. Uiteindelijk kon ik me dankzij een 14de looptijd nog naar een aanvaardbare 24ste plaats werken, maar het was duidelijk dat er met de vorm van de dag meer in gezeten had.

Op 29/9 was de World Cup in Alicante de afsluiter van mijn ITU-circuit. Nu had ik een heel goede 1ste zwemronde, maar verspeelde ik tijd en de aansluiting doordat ik het smalle ponton niet opgeraakte. Vervolgens zat ik wat ingesloten en kwam ik in een te grote 2de fietsgroep terecht, waarin velen vrede leken te nemen met een plaats buiten de top 7. Niet te begrijpen voor sommigen. Met Hewison en Sheedy-Ryan spraken we nog een onstnappingspoging af, maar dan bleek dat iedereen plots wel kon fietsen. Het leek wel een rustige trainingsrit en we verloren 2’. Het verspelen van een paar cartouches in het fietsen, de frustratie owv de laksheid bij sommige triatletes, een slechte T2 en het gebrek aan frisheid zorgden voor een magere loopprestatie en een teleurstellende 14de plaats. Een wedstrijd om conclusies uit te trekken en verder snel te vergeten!

Om het seizoen af te sluiten, trok ik naar Miami voor mijn eerste halve triatlon op 2013-10-27 IM70.3 Miami 27/10, een Ironman 70.3 dus. Mijn gevoel (en frisheid) achteraf zegt me dat ik het van in het begin te voorzichtig heb aangepakt, maar de ervaring op deze afstand ontbrak me om hoger te eindigen dan de 4de plaats. Desondanks was ik redelijk tevreden van mijn debuut.

Alles bij elkaar kan ik tevreden terugblikken op 2013. Op WTS-niveau kon ik van mijn beste WTS-prestatie uit 2012, mijn slechtste in 2013 maken en wordt die 16de plaats een nieuw ijkpunt. Ik kon ook mijn beoogde top 8 op het EK behalen, waarmee ik eveneens voldeed aan een criterium om als profsporter bij Bloso tewerkgesteld te worden. Uiteraard ben ik blij met hun steun en de extra gemoedsrust die hiermee gepaard gaat. Bovenop deze steun ben ik dankbaar dat ik met een topteam van experts kan samenwerken, die me met al hun raad en daad bijstaan om mijn grenzen te verleggen. Een woord van dank aan deze mensen, waarbij uiteraard ook de VTDLAtriac en mijn sponsors, is op zijn minst op zijn plaats in deze blog. Bedankt aan allen!!!

Intussen ben ik al een week met het BOIC en een 50-tal atleten uit verschillende sporten naar Lanzarote geweest, waar ik de trainingen voor 2014 heb opgestart. Het was een leuke stage waarin we de andere sporters weer wat beter hebben leren kennen en ook hier en daar wat tijd hadden voor andere dingen dan trainen.

Opnieuw een kleine stap voorwaarts

Afgelopen weekend ben ik 7de geworden op de World Cup in het Spaanse Palamos. Daarmee heb ik mijn beste prestatie op dit niveau met één plaats verbeterd en heel wat punten voor de ITU-ranking kunnen pakken, wat me meer zekerheid geeft voor startplaatsen voor de Word Triathlon Series. Met deze ranking zou ik redelijk zeker moeten zijn van startrecht in de WTS-finale op het Olympicsh parcours in Londen op 14/9.

De wedstrijd in Palamos begon met een valse noot omdat ik naar de voorlaatste plaats in de rij werd verwezen en dus geen keuze kreeg voor de startplaats (er was nog een triatlete die te laat was). Dat is de regel als je te laat op de wedstrijdbriefing komt maar in dit geval was het de fout van het LOC (Local Organizing Committee), die ons de verkeerde plaats had aangewezen. Als je al niet op een LOC kan vertrouwen, waarom dient dat dan? Om een lang verhaal kort te maken: ik was nog net op tijd binnen voor de briefing begon, maar de Spaanse ITU-official vond het nodig om zijn machtspositie prioritair te stellen aan mijn verhaal. Hij gaf me de kans niet meer om de startlijst af te tekenen en zette een dikke “LATE” achter mijn naam, voor geen enkele discussie vatbaar. Het toppunt van het verhaal is dat het uiteindelijk door de Spaanse “stiptheid” van de LOC-bus Barcelona-Palamos kwam dat we veel later dan voorzien ter plaatse aankwamen. Ik denk niet dat dit feit veel invloed had op mijn prestatie, maar toch had ik het gevoel dat me onrecht was aangedaan en daar kan ik niet tegen…

Foto: Dario / ITU Media

Foto: Dario / ITU Media

Na een matige eerste zwemronde kon ik in de tweede zwemronde opschuiven van de 23ste naar de 19de positie om vervolgens als 15de uit T1 te komen. Die eerste wissel gaat de laatste wedstrijden een pak beter. Na het nodige gesukkel om mijn fietsschoenen aan te trekken, moest ik echter nog voluit aan de bak om de aansluiting te maken met de 18-koppige groep waarin de meeste favorieten zaten. Helaas was er wel al een groepje van 5 heel goede zwemsters ontsnapt. In het begin leek de achterstand kleiner te worden maar vooral door het stilvallen van onze groep in de laatste rondes, kwamen we met 1’28” achterstand T2 binnen. Van mijn fietsprestatie was ik helemaal niet tevreden omdat ik op 1x na nooit een bijdrage heb kunnen leveren in de jacht op het kopgroepje. Het fietsparcours was met enkele korte stevige hellingen redelijk zwaar maar vooral smal en technisch, waardoor ik er amper in slaagde me in de voorste gelederen van de groep te zetten. Ruimte voor verbetering dus! Ik slaagde er wel in om op te schuiven richting T2 en tot mijn grote verbazing als eerste van onze groep met een kleine voorsprong aan het lopen te beginnen. Dat was niet verwacht, dus was het even zoeken naar het juiste tempo omdat ik niemand kort voor mij had. Ik besloot aan een redelijk tempo door te lopen, maar verwachtte wel dat anderen me gingen inhalen. Dan was het zaak om aan te pikken waar mogelijk. Na een halve loopronde bevond ik me in exact dezelfde situatie als in het Zuid-Afrikaanse East-London (maart 2013), op een constante afstand van enkele meters achter Kate Roberts (RSA). In Zuid-Afrika kon ik me na ¾ van het loopparcours voorbij Roberts werken en naarmate de wedstrijd vorderde, begon ik me meer en meer in te beelden dat ik dit hier misschien kon herhalen. Ik liep lang in 8ste positie, maar zou niet voldaan geweest zijn om mijn beste WC-prestatie louter te evenaren. Op zo’n 1,5km van het einde lukte het me dan ook om mijn kunstje van East-Londen te evenaren en op en over Roberts te gaan. Dit keer niet voor de winst, maar wel voor een verbetering van mijn WC-top 8. Geen extreme uitschieters in mijn prestaties tot hiertoe, maar wel een constant niveau in geleidelijk stijgende lijn.

Foto: Dario / ITU Media

Foto: Dario / ITU Media

Deze week staat in het teken van recuperatie voor de WTS in Hamburg, waar ik nog een keer alles wil geven alvorens een tussenpauze in te lassen voor de laatste wedstrijden van het seizoen.

In stijgende lijn

Het werd dringend tijd om eens een update te plaatsen. De mensen die mij op Facebook en/of Twitter volgen, zijn waarschijnlijk wel allemaal mee met wat ik de afgelopen maanden gepresteerd heb maar dat neemt niet weg dat mijn website dringend een update verdient. Bij deze…

De laatste update dateert dus van september 2012 toen ik juist Belgisch kampioen was geworden in Mechelen, waarna ik richting Oceanië ging om mijn seizoen af te sluiten met een stage aan de Australische Gold Coast als voorbereiding op de WTS-finale in Auckland (NZL). De stage van 10 dagen was vrij goed verlopen. Het zonnige weer maakte het aangenaam om de laatste trainingen van het seizoen af te werken. De wedstrijd in Auckland verliep jammer genoeg veel minder goed. Ik was niet alleen ontgoocheld dat ik de wedstrijd moest staken door 2x kettingproblemen en daaraan gekoppeld een val tijdens de eerste 3,5km maar ook mijn zwemprestatie was ondermaats. Ik had mijn seizoen immers liever met een goede prestatie afgesloten en zat met een heleboel vraagtekens in mijn hoofd.

Na een langere rustpauze dan de voorbije seizoenen werden de trainingen geleidelijk aan hervat. Ik was bij de hervatting veel meer uit vorm dan de vorige jaren. Om het met de woorden van kinesist Maarten Thysen te zeggen: “tijd voor een reset”. Bij de opstart van de looptrainingen stelde ik jammer genoeg ook vast dat de pijn die mijn teen sinds 3 dagen voor mijn Olympische race teisterde, niet verbeterd was. Dus besloten we toch een MRI te laten nemen in de hoop dat de aanleiding van die pijn gevonden zou worden. Een stressfractuur was de diagnose met nog 4 extra weken loopstop eraan verbonden. Enerzijds was ik blij met het weten van de oorzaak van de pijn, maar anderzijds was het terleurstellend om weer geen normale wintervoorbereiding in het lopen te hebben. Dat zou ik me toch zo graag eens gegund zien om in het lopen de stap vooruit te kunnen zetten, die er volgens mij zeker nog inzit. Maar goed er zat niets anders op dan de loopstop op te vangen met alternatieve trainingen.

2013-03-17 16.55.36Na een aanvaardbaar PK (3de) en een goed BK veldlopen (12de), was mijn eerste triatlon op 18/03 in East-London (RSA) gepland. Hoewel ik eigenlijk pas in San Diego aan het seizoen wilde beginnen, was het toch gewenst een voorbereidingswedstrijd in te plannen. Dat werd dus Zuid-Afrika, een land waar ik goede herinneringen aan had dankzij 2 podiumplaatsen in 2012. Nu zag ik er echter wat tegenop omdat de startlijst vrij beperkt was en ik me nog niet klaar voelde na dat zware Olympische jaar, maar wie weet was dit net de wedstrijd die ik nodig had om na een moeilijke winter wat extra motivatie op te doen. Ik denk dat de winst die ik daar behaald heb misschien wel de basis was voor het vervolg van het succesvol eerste seizoensdeel.

Op 19/04 stond ik in San Diego (USA) aan de start van de eerste WTS van het seizoen, wat altijd een beetje extra zenuwen met zich meebrengt. Ik kon mijn goede zwembeurt van het jaar voordien bevestigen en toonde bovendien dat het MTB-werk van de winter zijn vruchten begon af te werpen. Een top 20-plaats (of misschien nog iets meer) zat erin, maar helaas stond mijn lopen nog niet helemaal op punt. Op dit niveau moeten de 3 discplines sterk zijn, dus werd het een 22ste plaats. Weliswaar mijn beste WTS-resultaat tot op heden, maar toch eentje met gemengde gevoelens. Er zat meer in!

Op 1/05 hadden we traditioneel het BK ploegen in Doornik, waar we met de damesploeg van Atriac vice-kampioen werden dankzij de goede samenwerking op de fiets met de Ierse Amy Wolfe en het prima loopwerk van onze jongeren Heleen Adams en Lore Muys. Vier dagen later stond ik aan de start van de ETU Cup in Banyoles (ESP) waar ik in een, naar Continental Cup-normen, stevig deelnemersveld 4de werd. Uit deze wedstrijd kon ik lessen trekken van mijn startpositie op het ponton, die waarschijnlijk oorzaak was van een slechte zwemprestatie, en dat ik een stap vooruit gezet heb in het fietsen. Dankzij het werk van vooral de latere winnares en ik, konden we 3 fietsgroepjes inhalen om uiteindelijk in de kopgroep te belanden. Op een vlot bollend parcours rond het Olympisch roeimeer van Banyoles (Barcelona 1992) maalden we de 40km binnen het uur af. Het lopen was ook al een stuk beter dan in San Diego.

Het BK Mixed Team Relay op 26/05 in Zwevegem was de laatste wedstrijd voor mijn eerste seizoenspiek op het EK. Een ideale trainingsrace tussen 2 trainingsblokken in, waar een verkoudheid me nog wat parten speelde en waaruit ik ook leerde dat ik voor het EK op tijd aan de tapering (rust) moest beginnen. De Team Relay was perfect voor het aankweken van wat snelheid en het oefenen op snelle wissels. Met onze Atriac-ploeg (Koen Veramme, Heleen Adams, Tom Mets en ik) werden we hier ook vice-kampioen.

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Foto: Janos M. Schmidt / ITU Media

Ik heb dus voor het EK nog 2 goede trainingsblokken thuis kunnen afwerken en het gevoel op training zat goed in de 3 disciplines. Klaar dus om naar Turkije te vertrekken. De reis was door problemen op de luchthaven vermoeiender dan verwacht en de ochtend na onze aankomst stond ik ook op met lichte hoofdpijn en verschijnselen van een verkoudheid of allergie. ’t Ging toch niet waar zijn, hé?! Ik probeerde me er niet door te laten afleiden en de dag van de wedstrijd was het gelukkig een pak beter. Dankzij een super goede zwembeurt zat ik meteen in een kopgroep van 18 dames, die met 1’28” voorsprong aan het lopen begon. Na 1,5 ronde lopen met een groepje voor brons (waaruit uiteindelijk zelfs de nummers 1 en 2 kwamen), moest ik op de klim lossen en verzeilde ik eenzaam in 6de positie. Vanaf ronde 3 werd ik bijgehaald door nummer 7 en in de laatste kilometer werd het zelfs een langgerekte sprint voor plaatsen 6 tot 8, waarna ik dus 8ste werd. Even was er lichte terleurstelling dat ik die 6de plaats nog had moeten prijsgeven, maar anderzijds wou ik ook genieten van deze prestatie. Het doel was binnen! Ik ben er dan ook enorm blij mee dat ik deze fel beoogde top 8 gehaald heb!

Foto: Johan Tack

Foto: Johan Tack

Intussen heb ik nog op 23/06 de Antwerp Triatlon gewonnen voor eigen publiek en op 30/06 mijn Belgische titel succesvol verdedigd in Brasschaat. Beide wedstrijden waren een leuk Belgisch intermezzo waarin ik me, vooral tijdens het lopen, zoals gehoopt niet tot het uiterste heb moeten drijven om de beoogde overwinning binnen te halen. Het seizoen duurt immers nog lang!

De verdere planning van mijn seizoen vinden jullie terug onder de rubriek Kalender en resultaten. Tussen Hamburg en Stockholm ga ik 3 weken op hoogtestage naar Font Romeu om (op korte en langere termijn) uit te testen hoe ik reageer in de wedstrijden na een verblijf op hoogte. Dit post-Olympisch jaar gebruiken we een beetje als testjaar in dat opzicht.

Tot slot wil ik een dankwoordje richten aan mijn begeleidingsteam, mijn ouders & familie, VTDL, Atriac, clubsponsors, Stad Antwerpen, fietssponsor CKT en Addict Store die ervoor zorgen dat mijn prestaties in stijgende lijn zitten. Veel dank hiervoor! Op naar meer: MOVING FORWARD!

Opnieuw Belgisch kampioen!

Intussen is het alweer 2 weken geleden dat ik in Mechelen Belgisch kampioen ben geworden op de kwarttriatlon. Ondanks de voorsprong van een dikke 3 minuten was ik niet erg tevreden over mijn wedstrijd.  Het is natuurlijk wel moeilijk om als favoriete aan de start te staan en het gevoel te hebben dat je bij het eventuele missen van de nationale titel alleen maar als grote verliezer zal beschouwd worden. Dus je wil (en mag) die wedstrijd niet verliezen. En misschien heeft dat gevoel mij een beetje de das omgedaan? De dagen voor de wedstrijd leek het wel of ik zenuwachtiger was dan voor de Olympische Spelen. Daardoor geraakte ik moeilijk in slaap en was de kwaliteit van mijn nachtrust wat minder, maar dat kan niet de enige reden van deze mindere wedstrijd zijn. Ik stond niet met dezelfde ‘agressie’ aan de start als voor een ITU-wedstrijd (of zelfs de Zwintriathlon) waardoor ik wat verrast was van de snelle start en direct op achtervolgen aangewezen was. In de eerste meters lag ik te veel rond te kijken om te weten wie waar lag en dat kostte ook te veel snelheid en energie. Ik kwam bovendien nooit in mijn slagritme en kon mijn armfrequentie niet versnellen. Anderhalve week voordien kon ik daar in Knokke bij wijze van spreken nog mee spelen en achterom kijken om eventuele aanvalspogingen van achter mij op te vangen, maar in Mechelen lukte dat niet. Ik voelde me vrij energieloos. Paniek was er niet echt omwille van de achterstand, maar eerder omwille van mijn gevoel. Ik hoopte vooral dat het fietsen en lopen beter zou gaan.

Bart had me gevraagd snel te wisselen en in het begin zo hard mogelijk te fietsen omdat dat in ITU-wedstrijden ook gebeurt en een punt is waarop ik nog moet werken. Dus probeerde ik de achterstand zo snel mogelijk toe te fietsen, wat ook binnen de eerste kilometer gebeurde. Daarna heb ik heel de fietsproef tactisch bekeken: ofwel iedereen aan het werk te krijgen, ofwel een paar keer goed optrekken na de bochten of aanvallen en zien wat er gebeurde. Nadat Jolien Lewyllie en ik de aansluiting bij Sofie Hooghe, Amy Wolfe en Frone Wouters gemaakt hadden, kregen we de trein snel op de rails. Even was er paniek toen Frone het achterwiel van Jolien raakte en viel, waardoor we met vier verder moesten. Af en toe ontspoorde de trein, maar dat duurde nooit lang. Dankzij een goede samenwerking konden we een voorsprong van iets meer dan 3 minuten op de eerstvolgende dames nemen. Top 4 leek voor ons, de volgorde zou in het lopen bepaald worden.

Ik probeerde snel te wisselen, aan een goed tempo het lopen aan te vatten en te kijken wie er volgde. Gemakkelijker dan verwacht, liep ik een comfortabele voorsprong bijeen waardoor ik nooit echt tot op de limiet ben moeten gaan. Ik ben blijven lopen op mijn tempo en in de 2de loopronde kwamen we tussen de mannen terecht, die aan hun eerste loopronde begonnen. Aanvankelijk werd ik vooral voorbijgelopen tot ik op een moment dacht ‘Waarom niet eens proberen aan te pikken?’. Mijn tempo ging een beetje omhoog en ik kon zelfs opnieuw mannen inhalen. Ik kon ook al eens een teken van herkenning of ‘high-fives’ geven aan mijn supporters en genietend naar de finish lopen. Dat verklaart waarschijnlijk wel een trage 37-er op de 10km, maar de titel was binnen en dat was ook wel een opluchting!

Foto: Jan Verstuyft

Na het BK had ik wel wat twijfels over mijn frisheid en mijn deelname aan de WTS-finale in Auckland (NZL), maar intussen heb ik weer een goede trainingsblok afgewerkt en voel ik me opnieuw fitter. Het lopen was aan een boost toe door een pak minder loopkilometers in de weken na de Olympische Spelen en ik denk dat dit gelukt is! Zaterdag vertrekken we naar het Australische Runaway Bay om de laatste trainingen van het seizoen af te werken alvorens op 20/10 mijn seizoen af te sluiten in Auckland. Nog één keer alles geven en daarna even de riem eraf!

Soms is zwijgen beter dan spreken!

Mijn laatste update dateert intussen al van net na onze trip naar Huatulco en San Diego. Veel te lang geleden dus, maar soms lijkt zwijgen beter dan spreken. Ik heb heel wat reacties gekregen op mijn vorige post, waarin mijn emoties over het missen van de BOIC-norm wat meespeelden. Ik wist immers dat het na de gemiste kans op het EK heel moeilijk ging worden om nog aan de BOIC-norm te voldoen en dat ik ging moeten rekenen op een deliberatie en dus de goodwill van mensen waarvan ik niet wist of ze wel genoeg kennis hadden van triatlon en mijn achtergrond.

Na onze terugkomst van het Amerikaanse continent geraakte ik enorm moeilijk over de jetlag heen. Een jetlag in oostelijke richting is altijd moeilijker te verwerken. Anderhalve week later moesten we echter weer het vliegtuig op naar Madrid voor de laatste Olympische puntenwedstrijd. Achteraf bekeken had ik er, ongeacht deelname, mijn internationale OS-spot niet kwijtgespeeld maar als 4 concurrenten een uitzonderlijke wedstrijd deden, kon dat theorethisch gezien dus nog wel. Doodmoe van de afgelopen wedstrijdperiode en dus de jetlag toch naar Madrid dus. Eens ter plaatse kreeg ik last van een verkoudheid (of allergie). Naast de trainingen heb ik er vooral nog veel proberen bij te slapen. Uiteindelijk zette ik met een 24ste plaats nog mijn beste WTS-prestatie ooit neer, maar ik wist ook dat er met mijn goede EK-vorm meer had ingezeten. Ik zwom goed maar door de toeslaande vermoeidheid was het vanaf de tweede zwemronde afzien. Ik miste net een groepje dat kort achter een kleine kopgroep zat en fietste heel de eerste ronde alleen. Hier maakte ik echter niet dezelfde fout als in San Diego en spaarde ik me om op die stevige Madrileense helling reserve te hebben om aan te kunnen pikken bij de achtervolgende groep. Dankzij een sterke Anne Haug (GER) konden we in de laatste fietsronde nog de aansluiting maken bij de kopgroep. Het fietsen was zwaar en er vielen meerdere slachtoffers door het stevige tempo bergop. Het was dus al een overwinning om er toch nog bij te zijn. De eerste loopronden verliepen moeizaam maar dankzij het omschakelen van een knopje in mijn hoofd, slaagde ik er toch in om terug te vechten van een 32ste naar een 24ste plaats en zo mijn slechtste Olympische puntenresultaat uit te wissen en nog een plekje in de ranking te stijgen.

Na Madrid kwam echter de onzekerheid omtrent het mogen invullen van dat Olympisch startrecht, waar ik 2 jaar met ups en downs voor gevochten had. Juni was een maand van verdediging voor de BOIC-selectiecommissie, uitstel van beslissing met 10 dagen, nog eens uitstel met 4 dagen, een bericht van niet-selectie, overwegen welke stappen te ondernemen om dan een week later toch te horen dat de beslissing (zonder officieel beroep van onze kant) werd omgezet in een selectie voor de OS. Weinig mensen buiten onze vier huismuren, die kunnen inschatten hoe moeilijk de maand juni geweest is. Ik had ook niet de behoefte om openlijk te reageren en zwijgen leek me beter dan spreken. Daarom geen updates op mijn website. Ook nu wil ik daar niet meer te veel bij stilstaan. Ik ben altijd blijven trainen, maar had wel gehoopt frisser uit deze wedstrijdloze periode te komen. In plaats van de batterijen op te kunnen laden, had ik het gevoel dat mijn batterijen eind juni nog leger waren. Jammer, maar het belangrijkste is dat ik naar de OS ben mogen gaan en er zeker niet uit de toon ben gevallen met mijn resultaat. Ik kan alleen maar hopen dat de resultaten van alle gedelibereerden, met o.a. onze zilveren medaillewinnaar Lionel Cox, stof tot nadenken geven!

In de week van mijn ‘tijdelijke niet-selectie’ deed ik op 24/6 nog mee aan de Antwerp Triathlon, een nieuwe organisatie van mijn club Atriac. Ook al had mijn club begrip opgebracht als ik onder de omstandigheden toch niet was gestart, maakte ik er een erezaak van om te winnen en te tonen dat ik me niet zou laten hangen. Ik won met bijna 6’ voorsprong en had bovendien een mooie zwem- en looptijd. De organisatie had jammer genoeg te lijden onder zware regen en koude, waardoor ik in het fietsen geen enkel risico genomen heb.

Foto: Thierry Sourbier

Op 7/7 deed ik nog eens een GP (sprint) mee met mijn Franse club. In het midden van een zwaar trainingsblok trok ik naar Parijs. Ik denk dat deze wedstrijd net iets te vroeg kwam en ik niet helemaal hersteld was van een energievretende maand juni. Ik had hier tijdens het zwemmen en de eerste fietsronde ook veel last van de koude. Jammer dat ik met een 35ste plaats Charleville niet veel bijbracht voor het ploegenklassement.

Op 22/7 deed ik in Hamburg de WTS (sprint) mee als laatste test voor de OS. Gelukkig verliep daar het zwemmen opnieuw beter. Op een haar na miste ik de kopgroep, die we net niet inhaalden voor T2. Ondanks een mindere loopbeurt door steken, kon ik met een 24ste plaats toch mijn beste WTS-resultaat evenaren.

Op 26/7 vertrok ik naar het Olympisch atletendorp. We deden de openingsceremonie mee en i.t.t. waarvoor veel mensen waarschuwden, kwam ik tot rust in Londen. Ik had goede trainingsfaciliteiten om de laatste week te overbruggen en hoefde verder alleen maar te eten en te rusten. Met mijn 28ste plaats heb ik op mijn waarde gepresteerd. Ik was als 48ste via de Olympische ranking geplaatst voor Londen, dus heb mezelf met 20 plaatsen verbeterd. Ik heb een klein wrang gevoel over het feit dat ik na de laatste boei te lang achter tragere zwemmers bleef hangen en zo op 10-15” na de kopgroep en een mogelijke top 20 gemist heb, maar dat is triatlon. Ik hoop alvast dat ik de kans krijg mij in 2016 te verbeteren! Na mijn Olympische wedstrijd nam ik enkele dagen rust. We bekeken wat andere sporten en zetten een stapje in Londen.

Foto: Jul Clonen

Op 25-26/8 stond in Stockholm alweer de volgende WTS op het programma. Een sprint op zaterdag en het WK team relay op zondag. Ik had sinds mijn wedstrijd op 4/8 niet meer echt gelopen o.w.v. een pijnlijk mediaal sesambeentje (teen), dus het was een groot vraagteken wat ik waard zou zijn in Stockholm. Ik had het meeste vertrouwen in mijn zwemmen omdat het op training goed aanvoelde. De startspots waren echter smaller dan normaal gemaakt, waardoor het van in het begin pompen of verzuipen was. Ik kon amper mijn armen ronddraaien en werd naar het einde toe ondergeduwd. Daardoor kwam ik energieloos in de achterhoede uit het water en door een slechte wissel verzeilde ik in een fietsgroep, die meer dan 1’ verloor op de kopgroep. Met een 22ste looptijd had ik nog wel goed gelopen, maar kwam ik niet verder dan een 34ste plaats.

De volgende dag zette ik mij, als starter voor de team relay, op het startponton op één atlete na uiterst rechts en zwom goed tot aan de eerste boei. Daarna zakte ik wat weg, maar kwam mooi in de groep uit het water en had meer energie op weg naar T1. Helaas kreeg ik mijn helm niet toe en zag ik iedereen vertrekken. Weer zat ik niet in de kopgroep en was heel ons team op achtervolgen aangewezen. We eindigden op een ontgoochelende 20ste plaats (18de land).

Achteraf gezien kwam Stockholm misschien iets te kort na Londen voor mij. Ik begon daarna opnieuw aan een trainingsblok van 2 weken met het oog op het BK op 16/9 en de WTS-finale op 20/10. Lopen werd lichtjes opgebouwd, maar uit voorzichtigheid nog steeds aangevuld met alternatieve trainingen. In de 2de helft van mijn trainingsblok deed ik op 5/9 mee aan de Zwintriathlon, een zware non-drafting wedstrijd in de Vlaamse Polders. Vermits dit niet mijn specialiteit is en ik maar 2x in tijdrithouding op mijn gewone koersfiets getraind had, verwachtte ik mij niet direct aan een knalprestatie. Bart, mijn coach, zei me voor de start nog dat ik me gewoon moest amuseren. Dat gingen we dan ook zoveel mogelijk proberen te doen. Ik kwam als 1ste uit het water en deed een goede T1. Ik kwam als 4de in T2, op de reglementaire 10m na Sofie Goos. Dat vond ik van mezelf al een hele prestatie en dus vond ik maar dat ik nu voluit voor dat podium moest gaan. Ik dacht dat het tussen ons zou gaan voor de 3de plaats, maar dacht even dat mijn wedstrijd er na het fietsen opzat. Mijn loopschoenen stonden niet meer op hun plaats omdat de organisatie ze verplaatst had naar de ingang van de wisselzone. Ik verspeelde hierdoor 15-20” en zag Sofie dus al direct uitlopen, terwijl ik net dacht van mijn basissnelheid gebruik te moeten maken om toe te slaan. Gelukkig kon ik langzaam terugkomen en uiteindelijk finishte ik nog onverwacht 2de na Danne Boterenbrood (NED), die net de OS gemist had maar al meermaals bewezen heeft een goede fietster te zijn. Met de 1ste zwem- en looptijd was ik heel tevreden. Dat ik in het fietsen wat te kort kwam tegen de non-drafting specialisten, was te verwachten. In 2009 verspeelde ik hier nog 5’ en nu was dat al veel minder. Bovendien was ik hier niet specifiek op getraind.

Foto: swimacademy.be

Dit seizoen heb ik nog 2 wedstrijden voor de boeg: het BK in Mechelen (16/9) en de WTS-finale in Auckland, NZL (20/10). Hopelijk kan ik mijn looptraining nog terug wat opbouwen om de laatste loodjes van het seizoen ook succesvol af te ronden!

“Als je je doel haalt, heb je een verkeerd doel gesteld.”

Ik heb even moeten denken wat ik hier zou neerschrijven omdat het gevaar bestaat dat ik door de opgelopen ontgoochelingen een te negatieve kijk op al de dingen geef. Laten we eerst beginnen met de feiten van de afgelopen wedstrijden in Huatulco en San Diego:

Ik ben naar Huatulco afgereisd met lichte twijfels omtrent mijn loopniveau. Op het EK haalde ik een hoog loopniveau maar 2 dagen later kreeg ik pijn in mijn voet, waardoor ik de week tussen het EK en ons vertrek richting Amerikaans grondgebied amper kunnen lopen heb en in die discipline, na een moeilijke winter, nog eens extra training heb moeten missen. Dat was niet goed voor het vertrouwen. Dankzij het werk van de kinesist mocht ik er wel van uitgaan dat ik pijnloos zou kunnen lopen in de komende wedstrijden. En dat is ook het geval geweest.

Na een behoorlijke zwembeurt, waarin ik me tijdens de 2de zwemronde met buikpijn en ‘lege’ benen wat rustiger in het pak gelegd heb, had een groepje van 7 atleten al een merkwaardige voorsprong opgebouwd. Met zwemtijden waarin zij in het mannenveld absoluut geen bijrol gespeeld zouden hebben, slaagden ze erin een mooie voorsprong uit te bouwen. Aangezien geen van hen bij de echte toplopers behoorde, hadden ze alle baat bij een goede samenwerking op de fiets. Het feit dat in onze groep nog eens alle dames zaten, die elkaar in het oog moeten houden voor de Olympische ranking, zorgde ervoor dat iedereen naar elkaar keek en niemand wilde werken op de fiets. We verloren alleen maar tijd op het vlakke deel van het parcours en dit speelde in de kaart van het kopgroepje. Ik was er in de eerste fietsronde zelfs in geslaagd om na een stop om het slotje van mijn helm goed vast te doen (wat niet goed zat na T1) terug aansluiting te vinden bij de groep. Het werd in onze groep dus een spelletje van poker spelen en zo goed mogelijk krachten te sparen op de zware helling (24%) die we 8x over moesten. Na een niet al te beste T2 kon ik toch aansluiting maken bij een groepje met mijn Olympische concurrenten. Ik had wat schrik van het loopparcours met in elke ronde een helling die 2x bedwongen moest worden. De combinatie van weer wat buikpijn met de Mexicaanse hitte en vochtigheid zorgde ervoor dat ik (te) voorzichtig van start ging en enkele dames liet weglopen, waardoor ik op een moment in 16de positie liep. In de laatste ronde knokte ik mij met bij voorsprong de snelste rondetijd van heel het deelnemersveld nog naar een 10de plaats (met alweer een fotofinish voor 9, 10 en 11) en deed ik daarmee een heel goede zaak voor mijn Olympische ranking. Tevreden over dit laatste en de manier waarop ik tegenstandsters, die mij er vorig jaar afliepen in de laatste ronde, nu te grazen neem. Anderzijds stak het streven naar de BOIC-norm (top 3) hier in schril contrast met het veilig stellen van mijn internationale OS-startplaats. Moest ik voluit gaan voor die top 3 en alles geven op de fiets met het risico mijn OS-spot te verliezen of eerder mee pokeren en mijn dichtstbijzijnde concurrenten in het oog houden? Omdat je zonder internationale startplaatst niets bent, heb ik dit laatste gedaan en alsnog de 3de looptijd neergezet, maar het brengt mij geen stap dichter bij die nationale norm.

Amper 5 dagen en 1,5 reisdag later stond ik aan de start in San Diego, maar het verhaal was er snel afgelopen: mijn wedstrijd was gedaan na 1,5km zwemmen en 500m fietsen. Ik had een goede zwembeurt en heb getoond dat ik zonder onsportieve tegenstanders een goed zwemniveau haal. Waar ik vorige jaren 50-60” achterstand opliep, was dit nu beperkt tot 39” (waarbij enkele toppers zelfs het voordeel hadden om, door grote verschillen in diepte, 5m verder te kunnen lopen in het water en zo een grote voorsprong konden nemen). Dankzij die goede zwempositie, waarbij ik kort achter Olympisch kampioene Emma Snowsill (AUS) zat, kon ik snel postvatten in een goede groep en zelfs veel toppers achter mij laten. Helaas schoof in een bocht kort na T2 iemand voor mij onderuit. Door haar te ontwijken, kwam ik net te kort om een middenberm bij een wegversmalling uit de weg te gaan. In een mum van tijd lag ik op de grond aan de andere kant van die berm, pakte ik mijn fiets en drinkbus en stond ik terug recht. Wat er dan – buiten een enorme klap voor je moral – in je omgaat, weet ik niet maar helder nadenken zit er dan niet meer in. Ik maakte de grootste fout om direct alles op alles te zetten om mijn groep nog in te halen maar na iets meer dan een ronde het volle pond gegeven te hebben, kwam ik krachten te kort om net op de helling van een brug aan te pikken bij de volgende groep die later nog bij mijn oorspronkelijke groep geraakt is (misschien ook niet genoeg hersteld na Huatulco). Een tactische blunder! Enkele rondes later verzeilde ik moegestreden in de, op een paar enkelingen na, laatste fietsgroep. Ik stond ervan versteld hoeveel goede namen hier alsnog in zaten, waarvan ik mooi afstand had genomen in het zwemmen. Maar met een grote groep voorop en een achterstand die alleen maar oploopt, wist ik dat ik niet beter meer kon doen dan top 30 wat nodig was om mijn Olympische ranking te verbeteren. In het lopen had ik, ondanks weer een mooi inhaalmanoeuvre in de laatste ronde, dan ook de moral niet meer om te vechten voor een plaats in de achterhoede. De valpartij heeft al bij al de schade beperkt gelaten: een paar kleine schrammetjes, een pijnlijke arm, schouder en nek, een stevig geblokkeerde rug en heup, een gescheurde velg van mijn achterwiel, een verloren zonnebril én geen verschuiving in de Olympische ranking!

Nu krijg ik de laatste tijd veel vragen of ik nog kans maak op de Olympische Spelen en eigenlijk wil ik die vraag liever uit de weg gaan! Overal waar ik kom gaat het over Londen en dat maakt het er niet gemakkelijk op. Ik besef immers dat ik het niet meer in eigen handen heb. In theorie zou ik met een top 8 op 26/5 in Madrid (of afhankelijk van deelnemersveld top 3 op 17/6 in WC Banyoles) aan alle (BOIC-)normen voldoen, maar ik besef ook dat dit heel hoog gegrepen is en dat mijn lot hoogstwaarschijnlijk in handen van de BOIC-selectiecommissie zal komen te liggen. Dit is frustrerend omdat je afhangt van de ‘goodwill’ van andere mensen, waarvan je weet dat ze heel hard en streng kunnen zijn. Ik las in Het Nieuwsblad ook dat het BOIC bij deliberatie “jongere atleten in de regel voorrang geven aan oudere atleten”. Maar wat bedoelen ze daarmee? In triatlonleeftijd ben ik immers nog maar een groentje en ik ben, als je het zo bekijkt, één van de jongste atleten (of zelfs de jongste) die er in België in zijn/haar sport rondloopt.

Afbeelding

Ik hoop dat ik in mijn ontwikkeling als triatleet geen stappen overgeslagen heb! Vanaf mijn eerste triatlonjaar in 2008 werd er over Londen gesproken zodanig dat ik er het laatste 1,5 jaar ook stilaan in begon te geloven. Iedereen zag mij in Londen, maar misschien had ik beter van in het begin Rio 2016 als doel gesteld zodat Londen bij een eventuele selectie eerder een kans zou geweest zijn om extra ervaring op te doen, die ik net als Kathleen Smet in 2004 zou kunnen meenemen voor een knalprestatie in mijn (eventuele) 2de Olympische deelname.

Anderzijds las ik onlangs een quote van volleycoach Vital Heynen: “Als sporter mag je je doelen niet te laag stellen. Als je je doel haalt, heb je een verkeerd doel gesteld.” Misschien is het feit dat ik zo dicht bij de BOIC-norm gekomen ben eerder een succes dan een ontgoocheling. Elke prestatie die ik neerzet, wordt tegenwoordig door iedereen afgetoetst aan die BOIC-norm en dan lijkt plots niets meer goed. Terwijl ik tot op vandaag, ondanks een tekort in looptraining, een super seizoen meemaak! Ik stond na Huatulco 34ste op de ITU-ranking (= wereldranking Olympic Distance!). Bovendien heb ik de laatste wedstrijden, waarin het om de knikkers ging zelfs veel pech gehad met dingen die ikzelf niet in de hand had. Triatlon is geen sport waarin je zoals zwemmen of sommige atletieknummers in je eigen baantje alles zelf in de hand hebt. Een Ierse ploeggenote bij Atriac verwoordde het als volgt: “Katrien, congrats with the recent racing, you are racing very strong…having a little bit of misfortune but you are dealing with it really well and that’s a great fighting spirit!” Dat is fijn om te horen, net zoals bijna iedereen zegt dat “als het BOIC slim is, ze mij moeten meenemen naar Londen”. Maar het brengt me nu geen stap verder, er is maar één stem die telt…

0,15%

Ik moet er geen doekjes om winden: ik ging naar het EK in Eilat om de BOIC-norm voor de Olympische Spelen in Londen te halen en dit is op 12” na niet gelukt. Vooral de manier waarop is voor mij nog het meest ontgoochelende, want ik was top 8 waard. Triatlon is echter geen strijd tussen jezelf en de klok, maar ook (soms letterlijk) een gevecht met je tegenstrevers. Dan spreek ik over het voortdurende getrek in het zwemonderdeel. Dat heb ik sinds ik internationaal actief ben al meermaals ondervonden, maar vandaag was het echt wel een dure trek aan mijn schouders.

Met startnummer 11 had ik de kans om mij tussen de toppers te zetten tijdens de line up. Het doet je dan wel iets als je tussen Nicola Spirig (SUI) en Carole Péon (FRA) kan gaan staan. Iedereeen weet dat de 300-tal meters tot aan de eerste boeie heel cruciaal kunnen zijn. Met deze gedachte begon ik goed aan de wedstrijd en zwom mij zelfs vooraan in de groep der favorieten. Enkel Helle Frederiksen (DEN) moest ik voor mij dulden en ik zwom dan ook in haar voeten naar een mooie uitgangspositie. Toen ik na de eerste zwemronde Ainhoa Murua (ESP) vlak voor mij zag, wist ik dat het goed zat en dat ik deze positie moest vasthouden. Dat bleek goed te lukken, want ik kon vrij gemakkelijk mee in de voeten blijven zwemmen. Helaas kwam daar een einde aan toen iemand mij aan mijn schouders naar achter trok. Daardoor ontstond er een gat van 1-2m dat ik, na nog een portie gebots en getrek, wel constant kon houden. Intussen was wel het contact met de kopgroep weg en kwam ik in de tweede fietsgroep terecht, waarin nooit een goede samenwerking tot stand kwam. De achterstand op de kopgroep, waar intussen al redelijk wat volk had moeten lossen vanwege het verschroeiende tempo op de helling, bleef lang constant rond 1’. Ik wist dat ik niet mocht panikeren en dat alles nog mogelijk was. Zonder er ons van bewust te zijn, is de achterstand in de laatste fietsronde echter nog opgelopen tot 1’52”.  Gewoon omdat er geen samenwerking was en iedereen al met de gedachten bij het lopen zat. Ik kon me op het einde zelfs vrij gemakkelijk naar de kop van de groep fietsen zodat ik als tweede de wisselzone inging en er als eerste uitgelopen kwam. Misschien wisselde ik vanuit tactisch oogpunt iets te snel omdat in de eerste 200m de wind op kop stond en enkele tegenstanders ervan mooi gebruik maakten om in mijn voetsporen uit de wind te gaan lopen om dan bij het afslaan van de bocht van mij weg te lopen. Hun tempo kon ik toen niet volgen, maar in de volgende looprondes kreeg ik een beter loopgevoel en kon ik me nog naar voren werken. Uiteindelijk strandde ik op 12” van de beoogde top 8, dat is een aandeel van 0,15% op mijn eindtijd van 2u10’. Ik kwam een aantal keer dicht bij die BOIC-norm maar kwam telkens net iets te kort tegen toppers die al jaren met deze sport bezig zijn: 47” EK Pontevedra, 58” WC Tiszaujvaros en op de WC van Monterrey (die weliswaar niet meetelt voor het BOIC maar die ik toch heel hoog inschat) eindigde ik op amper 29” van het podium.

Afbeelding

Oorspronkelijk kwam ik als 10de in de uitslag van het EK omdat mijn timing chip rond de enkel in een sprintfinish met Carole Péon (vice-Europees kampioen 2010) eerst over de registratiemat ging, maar later werden we op basis van de fotofinish, waarbij gekeken wordt naar de borst, van plaats omgewisseld in de uitslag. De verantwoordelijken van de Europese Triathlon Unie (ETU) zegden letterlijk dat het verschil tussen ons beiden een A-cup was. We eindigen wel beiden in dezeflde tijd, maar ik ben 11de geworden. Dat maakt het nog net iets minder leuk! Anderzijds had ik zo’n sprint vorig jaar al verloren op 500m van de meet of waarschijnlijk zelfs nog vroeger op het moment dat Péon op 3km van de aankomst 10m van mij wegloopt. Dat maakt dat ik wel positieve punten in mijn wedstrijd zie, wat me dan toch een klein beetje opfleurt. Maar toch… ik loop sneller dan de atlete op de 4de plaats en had een dikke minuut trager mogen lopen voor een 8ste plaats als ik mee was in de kopgroep en… dat zat erin!

Wat nu? De moed gaan samenrapen om toch mijn internationale spot te verdedigen en misschien toch nog aan de BOIC-norm te voldoen. Het wordt moeilijk en een jaartje extra triatlonervaring en –training hadden mij quasi zeker op de OS gebracht. Ik maak immers nog ieder jaar een mooie progressie en denk zelfs dat het lopen dit jaar nog beter kan doordat ik in de winter toch 5 cruciale loopweken heb moeten missen met een blessure. Jammer dat het EK zo vroeg viel dit jaar! Maar zolang ik progressie blijf maken, ligt mijn toekomst in het triatlon!

Tot slot wil ik iedereen bedanken die mij voor en na de wedstrijd een bericht heeft gestuurd. Ik heb ze niet allemaal persoonlijk kunnen beantwoorden. De algemene trend is echter heel positief en dit geeft aan dat veel mensen in mij geloven en steeds achter mij staan. Ik weet voor mezelf dan wel niet goed hoe ik dit EK-resultaat moet plaatsen, maar uit de reacties leid ik af dat ik tevreden moet zijn. En toch… ik blijf op zoek naar die kers op de taart!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.